No Story, No Glory!
Zaterdagochtend 3 maart, kwart voor twaalf. Mijn ogen scannen de tijdschriftenschappen bij de Bruna, op zoek naar maar een ding: de nieuwe Penthouse. Zodra ik hem ontwaar, wil ik hem direct uit het schap trekken, maar er staat een vrouw naast me, dus wacht ik even. Als ze weg is, pak ik het blad en lees ik een voor een de headlines. Ik zie mezelf er niet tussenstaan. Maar binnenin, bij de inhoudsopgave, zie ik het meteen: No Story, No Glory! Ik krijg het er warm van.
Het idee was begin januari door de uitgeverij in de mail aan me voorgelegd. Of ik van mijn nieuwe boek een voorpublicatie wilde in de Penthouse. Doelgroep en lezersprofiel pasten perfect op elkaar. Ze hadden goede ervaringen met eerdere voorpublicaties in Penthouse en, ik moet zeggen, die zagen er gelikt uit. Ik zei meteen ja, en vond het een hele eer. Maar daarna begon er toch iets te knagen…
Afgelopen week zei mijn Saskia ineens tegen me: “weet je of je al in de Penthouse staat?” De schrik sloeg me om het hart, want daar had ik nog niet aan gedacht. Ik heb nog nooit van mijn leven een Penthouse gekocht. Vroeger, thuis, hadden we de leesmap, met daarin De Lach. Heel veel verder dan dat ben ik niet gekomen. Hoe moest ik in godsnaam controleren of en zo ja hoe ik in dat blad stond? Moest ik de uitgever bellen en het daar aan vragen? “Je moet er gewoon bij de Albert Heijn doorheen bladeren, dan weet je het meteen,” zei Sas. Ik zag me al midden tussen de huismoeders met kinderen door de Penthouse bladeren. Afkeurende blikken, kinderen die bij me werden weggehaald, en misschien nog wel erger. “Maar dan koop je hem toch gewoon?” En dat leek me uiteindelijk een betere oplossing. Niet in de Albert Heijn – denk nu aan uitgestalde boodschappen op de band, met daartussenin pontificaal de Penthouse, de covergirl zichtbaar voor iedereen - maar, iets discreter, bij de Bruna.
En zo geschiedde. Thuis heb ik het artikel snel doorgenomen. Ze hebben hoofdstuk 2 vrijwel in zijn geheel overgenomen, en er iets heel moois van gemaakt. Het ziet er prachtig uit en je kunt ook nog een gratis exemplaar winnen door een mailtje te sturen. En het mooiste is: ik ben nu een gepubliceerd auteur van de Penthouse! Mijn nieuwe boek ligt nu nog bij de drukker, het is er over twee weken. Als je niet kunt wachten en alvast wilt genieten van een sneak-preview, koop dan de Penthouse en geniet alvast van al het moois dat er in dit maartnummer is te vinden.
Met de komst van No Story No Glory, was dit ook de laatste post op dit blog. Ik verhuis naar www.theohendriks.nl. Als je een van mijn volgers was, kun je me daar gewoon achtervolgen door opnieuw je emailadres in te vullen.
In de olie, aan het gas
Midden in de zomer waren mijn Bex*collega Marieke en ik in Stavanger, de oliestad van Noorwegen. Dankzij het contact dat we in Wenen hadden gelegd met Marleen Laschet, directeur communicatie, waren we uitgenodigd door VNG Norge om een workshop storytelling te komen verzorgen. De afspraken waren al in mei gemaakt, half augustus zouden we komen.
Op maandag 25 juli, drie dagen na de aanslagen, belde Marleen me op. Of we nog wel durfden komen. Ik lachte, maar zij meende het. Noorwegen was geschokt, de weg kwijt. Wilde iemand uit het buitenland nog wel naar een land komen waar zulke dingen gebeurde? Ik stelde haar gerust en zei dat de plannen wat ons betreft onveranderd bleven.
Drie weken later waren we in Stavanger, na een dubbele vliegreis met SAS. De hele dag en avond vlogen de helikopters van en naar de boorplatforms op zee. Marleen had voor ons een persoonlijke rondleiding door het plaatselijke Oliemuseum geregeld. Tijdens de tour, die bijna twee uur duurde, leerden we het geheim van Noorwegen kennen: het rijkste land van Europa, met een olie- en gasvoorraad die op heel slimme wijze wordt geëxploiteerd, door de Noren zelf. Anders dan bij ons, gaan zij spaarzaam om met de door hun verdiende rijkdommen. De trots was er niet minder om: we kregen het verhaal te horen van een flatgebouw van 64 verdiepingen waar je bovenop met een heel lang rietje probeert de cola uit een flesje te zuigen dat helemaal beneden staat. Op een diepte van 800 meter diep boren zij naar olie, en ze vinden het. Indrukwekkend, maar het mooiste moest nog komen.
‘s Avonds maakten we kennis met het MT. VNG Norge is de Noorse tak van een van oorsprong Oost-Duits gasbedrijf, dat na de eenwording als en speer verzelfstandigd verder ging. Hun strategie was gebaseerd op het simpele gegeven dat ze zo snel mogelijk af moesten van hun totale afhankelijkheid van het Russische gas. En dus zochten zij een partner in het Westen. Nederland zei nee, maar Noorwegen niet. En dus vestigden ze daar halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw hun bedrijf. Vanaf 2006 boort VNG Norge zelf naar olie en gas.
Toen de Duitse directeur van de Noorse vestiging zich voor het eerst op het Noorse Ministerie van Olie en Gas meldde, kreeg hij van de minister de vraag: ‘kunt u mij uw bedrijfsstrategie vertellen?’ De Duitser schraapte zijn keel en zette een oud Noors piratenlied in. De minister liep paars aan maar glimlachte toen ineens de zin voorbijkwam: “Wij zijn de Rovers, de Rovers uit het Noorden. Wij roven in het Oosten, wij roven in het Westen.” Vele jaren later is dit lied bestempeld als het VNG Strategielied. Het is het openingslied in het dikke VNG Norge Sangbok.
De volgende dag was de workshop gevuld met verhalen over het zoeken naar olie en gas. Maar tussendoor waren er ook de verschrikkelijke verhalen van het drama van 22 juli. Iedereen kent wel iemand, die erbij betrokken was. Of, zoals een nationaal gedicht zegt: ‘We zijn in dit land maar met weinigen. Iedere gevallene is een broer of vriend.‘ Aan het eind van de workshop kregen we het Sangbok mee. De corporate story een verbindend lied, de corporate story als nationaal gedicht. Zo kan het ook.
Laatste nieuws: begin november reizen Marieke en ik opnieuw af naar VNG Norge om daar workshops storytelling te geven. Deze keer verblijven we in Oslo.
The Voice of Holland
Bij Bex* is het een goede gewoonte dat onze trainers en coaches niet alleen deelnemers trainen en coachen, maar dat ze af en toe ook zelf op trainingskamp gaan. Deze keer kregen we een workshop van Mariska Wessel over stem en stemgebruik. En daar was ik als storyteller eerlijk gezegd wel aan toe. De dag ervoor had ik twee vertelsessies geleid bij de Universiteit Utrecht (in het prachtige Academiegebouw aan het Domplein) en de dag erop zou ik in Rotterdam bij EURIB een gastcollege verzorgen binnen de Masteropleiding. Het leek wel een collegetour. En niet dat er sprake was van een poliep op een van mijn stembanden, maar ontegenzeggelijk was mijn stem een beetje moe, hij kon best wat verzorging en begeleiding gebruiken. Mariska kwam dus als geroepen.
Ze nam me mee in de wonderlijkwe wereld van de stem, inclusief een aantal schokkende anatomische tekeningen, waar ik nooit echt wijs uit wordt. Ze had een PowerPoint, waarop een ademende borst en buik was te zien, er was een dwarsdoorsnede van het spraakkanaal, inclusief die twee elastiekjes, onze stembanden. Mariska had het over “tits and teeth”. Ze sprak over ademsteun en stemprojectie, over het belang van al onze holtes en over het belang van ons middenrif. We voelden het, we begrepen het, maar het onder controle krijgen was weer een heel ander verhaal. Daarna gingen we oefenen. Probeer maar eens een ‘m’ of een ‘n’ te maken met een dichtgeknepen neus. De leukste oefening vond ik dat ik me moest voorstellen met een speelgoedautootje over de vloer te rijden en ondertussen met losse lippen het motorgeluid na te doen. Brrrrrrrrrrrrrrrrrrm, brrrrrrrrrrrrrrrm, brrrrrrrrrrrrrrrrrrm! De varierende toonhoogte maakte het alemaal nog veel leuker.
De volgende ochtend probeerde ik in mijn auto onderweg naar Rotterdam enkele ademhalingsoefeningen. Daarna zong ik lekker mee met de meezingers van The Arcade Fire. Het gastcollege ging als de brandweer, een heerlijke ochtend vol verhalen en goede vragen. ‘s Avonds keek ik naar The Voice of Holland. Ik zag de juryleden eerst intens luisteren naar de stemmen van de kandidaten, voordat ze drukten. Ik keek en luisterde naar de beheersing van al die talenten die al jarenlang gewend zijn met zanglerearen en stemcoaches te werken. De workshop met Mariska smaakte wat mij betreft dan ook zeker naar meer.
Horen, zien, zeggen
De eerste zaterdag van september, negen uur in de ochtend. Vier mannen staan in de drukkerij van Lenoirschuring in Amstelveen, net op de dag dat het stralend weer is . Hun taak: 2.000 stofomslagen om boekjes vouwen, 2.000 hulsjes om de boekjes met stofomslag leggen en vastplakken. De boekjes zijn zo groot als een iPhone; alles past op een pallet. Maar bij het openmaken van de eerste doos met plano stofomslagen, krijg ik het toch even te kwaad. Waar zijn we in godsnaam aan begonnen?
Maar eigenlijk weet ik dat dondersgoed. Dit is de allerlaatste etappe van een wonderschoon traject: de ontwikkeling van de corporate story van SIRE. Het begon met een goed gesprek tussen een Bex*directeur en een SIRE directeur. Daarna kwam ik in beeld. En omdat ik in een grijs verleden ooit zelf heb mogen meewerken aan een SIRE-campagne tegen huiselijk geweld, wist ik meteen. Dit verhaal moet er komen. En ik ga het schrijven.
De zoektocht naar dat verhaal bracht me in gesprek met enkele oprichters van destijds, met bestuursleden en oud bestuursleden en met de makers van een van de recente campagnes. De jongste was misschien halverwege de twintig, de oudste al ver in de tachtig. Toch vertelden ze bijna hetzelfde verhaal. Een verhaal over een bijzonder initiatief dat er is om Nederland net een beetje beter te maken. Door mensen een spiegel voor te houden, ze wakker te schudden en in beweging te zetten. Dat doet SIRE nu al bijna 45 jaar. Het verhaal liet zich snel schrijven, de meelezers zorgden voor goede aanscherping en uiteindelijk lag er een echt SIRE-verhaal met als titel: horen, zien, zeggen. Een mooi verhaal over een mooi initiatief. Te mooi om het alleen als tekst te laten verstoffen.
Eerst heb ik een bevriend ontwerper benaderd: Bert Meijer va
n Bureauvijftig uit Utrecht. Samen met hem, en vergezeld door Pim Slierings van SIRE, trokken we naar Arie Lenoir van LenoirSchuring. Ze deden mee. Een paar maanden later was er een pracht van een eindresultaat. Een boekje om stil van te worden, strak vormgegeven en mooi gedrukt en afgewerkt. Een cadeautje. Over een initiatief dat het verdient om nog tientallen jaren zo door te gaan.
Die zaterdag hebben we de hele dag staan vouwen en plakken, alsof ons leven er vanaf hing. Arie had voor brood en beleg gezorgd, en voor plakpistolen. Aan het eind van de dag waren we een heel eind gekomen. De corporate story wordt meegezonden met het jaarverslag 2010. En er is maar een manier om er ook eentje te bemachtigen: gewoon, door donateur te worden van SIRE.







